Doel Rotary

Het hoofdprincipe bij uitstek is de VRIENDSCHAP. Niet alleen tussen leden van één zelfde club, maar onder de leden van alle clubs en zelfs t.o.v. niet leden. Hieruit volgt het hardnekkig streven en de nooit aflatende wil van Rotary om elkaar en de gemeenschap te helpen waar en hoe het ook mogelijk is. Er is maar één beperking. Niets van ons doen en laten mag in botsing komen met de geldende nationale wetten en geplogenheden. Hieruit volgt ook onmiddellijk dat in principe alle volwassenen die beantwoorden aan de hoger vermelde definitie van Rotary, lid kunnen worden van een Rotaryclub, op voorwaarde dat ze waardige burgers zijn, die mee willen helpen aan het Rotaryideaal, ongeacht religieuze, politieke of ideologische achtergronden. Alleen mogen deze laatste begrippen in de club zelf, of in de handelingen van de club, niet actief tot uiting komen. Strikte neutraliteit is dus gewenst.

De ideale Rotariër is beginselvast, eerlijk, secuur, betrouwbaar, integer in zijn (of haar) beroep, heeft waardering voor de medeleden, moet zijn (haar) krachten van intellect, van sociale omgang, van humane karaktertrekken, van werklust en ijver voor een gedeelte ten dienste stellen van Rotary.

Vandaar ook het blijvend motto van Rotary “SERVICE ABOVE SELF”. Tussen haakjes, het allereerste motto van Rotary, tot 1922, was ‘Service Not For Self’.

Een Rotariër moet ook representatief zijn voor de gemeenschap waarin hij leeft, want anders kan hij niet op de hoogte zijn van de noden en wensen van die gemeenschap om hulp van welke aard ook aan deze gemeenschap te kunnen bieden.

De ideale manier om dat de bereiken, aldus Paul Harris, bestaat erin van elk beroep slechts één persoon te kiezen als clublid, maar dan wel iemand die veel  invloed kan uitstralen, die het best geïnformeerd is, die bereid is om zijn kennen, kunnen en gezag, ten dienste te stellen van anderen. Op die manier wordt een breed veld bestreken van opinies, sociale omstandigheden en werkdomeinen.

De beroepscategorie waartoe een lid behoort wordt “classificatie” genoemd. Onze leden leren mensen uit andere beroepstakken kennen, hun denkwijze volgen, hun tactische en strategische vakkennis onderzoeken en eventueel gebruiken in het eigen werkdomein.

Het classificatieprincipe waarborgt dat iedere Rotaryclub de socio-professionele samenstelling weerspiegelt van de gemeenschap waarin ze actief is. Er zijn leden uit de zakenwereld, de industrie, de kunsten, de overheid, de sportwereld, het leger enz. Rotary staat open voor alle godsdiensten, nationaliteiten, culturen, geloofsovertuigingen, politieke opinies, talen en rassen.

De grootte van de club bepaalt het maximum aantal vertegenwoordigers per classificatie.

De verscheidenheid van beroepen verrijkt het clubleven en vormt een onuitputtelijke bron van deskundigheid om serviceprojecten op het getouw te zetten.

De bijna wekelijkse spreekbeurten van onze leden en buitenstaanders, hebben als enig doel de uitbreiding van kennis naar andere domeinen, de verrijking van onze geest en dus van humanisme en denkstijl.